DE SYMBOLIEK VAN SINT NICOLAAS

 

De Christenen

Sint Nicolaas werd in 270 geboren in Pataras (Klein-Azië). Hij stierf als bisschop Nicolaas van Myra op 6 december 340 in Myra en werd later vanwege zijn vele goede daden heilig verklaard. Al voor het jaar 1000 was hij één van de meest algemeen vereerde heiligen in de oosters en westerse kerk, een soort afspiegeling van de Christusfiguur.

In de middeleeuwen ontwikkelt zijn sterfdag zich tot het kinderfeest zoals we het nu kennen. Het begon met het kiezen van een kinderbisschop en assistenten uit de arme kinderen van een stad. Deze kinderen kregen tot 'Onnozele Kinderen' (28 december) eten en cadeaus. Langzaam maar zeker groeit het trakteren van kinderen uit tot een algemeen volksgebruik. Lange tijd was er grote weerstand tegen dit gebruik, met name vanwege de rooms-katholieke elementen.

In een aantal plaatsen werden openbare Sint-vieringen zelfs verboden tot groot protest van de bevolking. Pas in de 19e eeuw duikt de bisschop weer in het openbaar op. Uit deze tijd stammen ook de meeste van de Sinterklaasliedjes 

 

De Germanen

Deze christelijke achtergrond verklaart misschien grotendeels het gedrag van onze Goedheiligman, maar zijn uiterlijk en veel van zijn attributen heeft de Sint te danken aan de oude Germaanse god Wodan. Deze reed hoog door de lucht en ging aan het eind van het jaar rond om mensen te belonen of te straffen voor hun gedrag.

Hij had een lange felrode of asgrauwe baard en haren. Hij droeg een wijde wondermantel, een breedgerande hoed en hield een speer in zijn hand. Hij werd bijgestaan door zijn trouwe knecht Eckart en reed op de 8-potige schimmel Sleipnir.

 

Symboliek:

  • Stoomboot: Sint Nicolaas redde in nood verkerende zeelieden en is naast beschermheer van scholieren, huwbare jeugd, kooplieden en reizigers ook patroon van de zeelieden

  • Spanje: Uit Spanje kwamen vroeger veel luxe artikelen en lekkers vandaan (en nu dus nog in december).

  • Schimmel: "Geleend' van de Germaanse god Wodan

  • Mijter: waarschijnlijk een "verbastering" van een Frygische muts (een oosterse, godsdienstige hoofdbedekking), onder meer gedragen door bisschoppen

  • Staf: symbool van de herdersstaf en kerkelijke macht

  • Goedheiligman: Een verbastering van "goet-hylik man" (= "goed-huwelijks man"), een titel die Sint verdiende door te zorgen voor de bruidsschat van een paar arme meisjes.

  • Zwarte Piet: Vroeger de tegenpool van Sint en boeman voor kleine kinderen, tegenwoordig Sint's onmisbare rechterhand, zwart geworden door al dat geklauter in schoorstenen.

  • Roe: Berkentakken met bamboe of een lint eromheen, symbool van vruchtbaarheid en daarnaast handig om de schoorsteen schoon te maken, tegenwoordig niet meer gebruikt.

  • Schoorsteen: Verbinding tussen mensen en de 'bovenwereld' waar geesten en goden wonen (volgens de Germanen tenminste).

  • Speculaaspoppen: Ook wel 'Vrijers' genoemd, kreeg je er één, dan had je een aanbidder. Vroeger afbeeldingen van heiligen of van de Germaanse vruchtbaarheidsgodin Freia.

  • Pepernoten: Wederom een symbool van vruchtbaarheid, vroeger werden ze met muntstukken gemengd, tegenwoordig helaas met suikergoed.

  • Marsepein: Amandelbrood met Indisch rietsuiker, in de Middeleeuwen als geneesmiddel gebruikt. Het wilde zwijn was een Germaans symbool van de jacht en werd in oude tijden regelmatig geofferd. Nadat de kerk dierenoffers verbood, werd het zwijn vervangen door zijn achterneefje: het marsepeinen varken.

  • Suikergoed: Vroeger vooral in de vorm van een hart. Net als de Vrijer een teken van een aanbidder.

  • Chocolademunten: Eén van de bekendste legenden over Sinterklaas vertelt dat hij 's nachts stiekem beurzen met goudstukken naar binnen gooide. Dit om te voorkomen dat een vader zijn dochters de prostitutie instuurde om aan geld te komen voor een goede bruidsschat.

  • Strooien: Liefst ongezien, ten teken van vrijgevigheid en bescheidenheid. Ook weer te herleiden naar de legende van de drie huwbare meisjes.

  • Chocoladeletters: Eetbare letters werden gebruikt op kloosterscholen in de Middeleeuwen om kinderen te leren schrijven. Zodra ze een letter goed konden schrijven, mochten ze als beloning de bijbehorende broodletter opeten. Een andere verklaring kan zijn dat in de 19e eeuw mensen de Sinterklaascadeaus bedekten met een laken. Hier bovenop legden ze de eerste letter (van brood) van het kind waarvoor de cadeaus waren bedoeld. Chocolade letters werden ergens in de 19e eeuw geïntroduceerd. Tot die tijd werden de letters gemaakt van brood of banket. Germaanse kinderen kregen een runenteken cadeau bij hun geboorte, een initiaal voor geluk. Ook deze traditie wordt gezien als voorloper van de chocoladeletter.