|
WIE RIJDT OP DE DAKEN
|
||
|
|
Wie rijdt op de daken door weer en wind? De Sint!
Wie brengt een cadeautje aan ieder lief kind? De Sint!
En als hij dan heel laat in zijn hemelbed ligt, schrijft hij nog voor ieder een prachtig gedicht.
De Sint, de Sint, de Sint! |
|