SINTERKLAAS MAAKT ZICH ZORGEN
 

Haast ieder jaar om deze tijd

maakt Sinterklaas zich zorgen.

Er moet nog zoveel werk gedaan

voor 't vijf december is.

Sinterklaas, Sinterklaas,

maak je niet ongerust, man!

Sinterklaas, Sinterklaas,

't komt ieder jaar altijd weer goed!

 

Zeg, waar is nou mijn mijter weer?

Wie heeft hem opgeborgen?

Heb ik mijn tabberd en mijn staf?

Stel dat ik die vergeet!

Sinterklaas, Sinterklaas,

maak je niet ongerust, man!

Sinterklaas, Sinterklaas,

't komt ieder jaar altijd weer goed!

 

Zeg, zou de stoomboot toch op tijd

in Nederland nog komen?

Zijn alle pieten wel aan boord?

De schimmel goed verzorgd?

Sinterklaas, Sinterklaas,

maak je niet ongerust, man!

Sinterklaas, Sinterklaas,

't komt ieder jaar altijd weer goed!

 

Zeg pieten, hebben wij genoeg

cadeautjes meegenomen

voor al die lieve kinderen?

Ze wachten al zo lang.

Sinterklaas, Sinterklaas,

maak je niet ongerust, man!

Sinterklaas, Sinterklaas,

't komt ieder jaar altijd weer goed!

 

Zeg rijmpiet, ben je bijna klaar

met rijmen te verzinnen?

En strooipiet, staat het strooigoed klaar?

En waar is 't grote boek?

Sinterklaas, Sinterklaas,

maak je niet ongerust, man!

Sinterklaas, Sinterklaas,

't komt ieder jaar altijd weer goed!

 

Dan komt de sint naar Nederland

en kan het werk beginnen.

Van 's morgensvroeg tot middernacht

bezoekt hij jong en oud.

Sinterklaas, Sinterklaas,

maak je niet ongerust, man!

Sinterklaas, Sinterklaas,

't komt ieder jaar altijd weer goed!

 

Als 't pakjesavond is geweest

en 't feest is afgelopen,

dan zucht de oude sint voldaan:

Het is me weer gelukt!

Sinterklaas, Sinterklaas,

neem er fijn je gemak van!

Sinterklaas, Sinterklaas,

ook dit jaar kwam 't allemaal goed.