|
5 DECEMBER (Antoinette van Dijk) |
||
|
|
Vijf december, vijf december, ha dat is een blijde dag dat arm en rijk en oud en jong weer vrolijk wezen mag Vijf december is de dag die vier je levenslang nog mee want Sinterklaas is jarig en dan roepen wij luid hoezee
Sinterklaas, Sinterklaas, als je komt in de stad denk aan mijn adres, toe en stuur me wat Sinterklaas Sinterklaas, als je komt in de stad denk aan mijn adres, toe en stuur me wat
k Zette een dag of wat geleden al mijn schoentje voor je klaar en vond toen op een morgen een fijne chocola-sigaar En mijn zusje vond een poppetje van heerlijk marsepein Wij danken u heel hartelijk want we vonden het reuze fijn. Geef me een hoepel en een stok, een kleine vliegmachien, een boek Een leren voetbal die niet scheurt al trap je hem in een hoek Tekenkrijt, een zakpotlood, zes glazen stuiters en een tol Een trein met echte rails er bij en lekkers zakken vol En voor moeder weet ik ook iets: een japon van blauw satijn Als zij er prachtig uitziet, o! sat vind ik toch zo fijn Geef zo’n fijn banketten hart en chocola, een pond of twee En vader heeft zo graag zo’n hele grote port’monnee |
|